Luister eens...

Het jaar 1519 - Götterswickerhamm

  • Leestijd 4 minuten
  • 35 x bekeken

De kleding van Ties viel op. Precies zoals bedoeld. Een man, die net zijn dorst had gelest bij de rivier, liep recht op hem af.

Start Het jaar 1519 - Götterswickerhamm

‘Zo, speelman. Jij bent speelman, toch?’ ‘Zoals je ziet,’ antwoordde Ties. ‘Durf je hier wel langs te lopen? Langs Götterswick? Als hier iets naars gebeurt, pakken ze figuren zoals jij snel in de kraag, hè, dat weet je.’ ‘Ja, dat weet ik. Als speelman ben je een beetje vogelvrij. En jij? Wat ben jij, dat me hiervoor waarschuwt?’ ‘Ik ben een rondtrekkende piskijker.’ De man wees op de kist die hij met banden op zijn rug droeg. ‘Ik trek kiezen, doe aderlatingen, en nog veel meer. En ik ben hier ooit onschuldig opgepakt, op deze plek.’ ‘Onschuldig?’ ‘Jazeker. Even verderop staat een gerechtslinde. Dat ken je vast wel. Een boom waar rechtgesproken wordt.’

‘Maar dat is een heel oud gebruik, toch? Is dat niet allang verboden?’ ‘Kan wel zijn, maar toch pakten ze me op en hebben ze me daar berecht, vier jaar geleden. Uiteindelijk kwam ik er genadig van af, ik werd alleen verbannen. Maar ik had mijn hoofd kunnen verliezen. Mijn goede naam en een eerlijke rechter hebben me gered.’ ‘Wat was er gebeurd dan?’ ‘Toen ik hier een aantal dagen verbleef om mensen te genezen, werden twee gezinnen ziek. Ze kregen pijnlijke krampen en jeuk, en drie kinderen overleden. Natuurlijk kreeg ik de schuld. Ik vertelde dat een giftig schimmel in het koren de oorzaak was, maar ze geloofden me niet. Uiteindelijk mocht ik mijn gezicht nooit meer laten zien in Götterswickerhamm. Ik werd met stenen bekogeld toen ik vertrok.’ De man zuchtte.

‘Maar is het dan niet gevaarlijk, dat je nu hier bent?’ vroeg Ties. ‘Nee. Vorig jaar werd opnieuw een gezin ziek, terwijl ik al drie jaar niet in de buurt geweest was. De rogge waarvan ze gegeten hadden was paars. En toen was er iemand die de ziekte bij naam kende: Sint-Antoniusvuur.’ ‘Wat een geluk! Nu ben je dus weer welkom?’ ‘Ja, natuurlijk! Want niemand heeft zulke fijne zalfjes als ik. Wil je wat proberen?’