Luister eens...

Het jaar 1517 - Kalkar

  • Leestijd 4 minuten
  • 47 x bekeken

De weg was versperd. Er lagen twee dikke, vers omgehakte bomen dwars over het pad. Enkele houthakkers stonden er glunderend naast. Bij de voorste stam stond een gespierde man. Ondanks zijn uiterlijk duidelijk geen houthakker.

Start Het jaar 1517 - Kalkar

Hij streelde de bast en klopte met een zachte hamer op verschillende plekken. Ties kwam nieuwsgierig dichterbij. De man trok aan takken en voelde aan noesten. Ineens snapte Ties het. ‘U bent meubelmaker! Heb ik dat goed?’

Verstoord keek de man op. ‘Nee. Fout.’ ‘Dit,’ zei een blonde jongen die erbij kwam staan, ‘is meester Henrik, de beeldsnijder.’ ‘Ah, die naam heb ik eerder gehoord. Henrik van Holt?’ De blik van de man werd donker. De jongen schoot in de lach. ‘Nee, niet die. Dat is zijn concurrent. Dit is meester Henrik Douvermann. En ik ben zijn leerling, Arnold van Tricht.’ Meester Henrik gromde iets en liep naar de groep houthakkers om instructies te geven. Arnold opende zijn ransel. ‘Kijk hier eens naar.’ Hij trok een houten Mariafiguur tevoorschijn, zo groot als een hand. Zo fijntjes gesneden, zo gedetailleerd, met plooien alsof haar kleed echt van stof was.

‘Wat prachtig!’ stamelde Ties. ‘Met zoiets moois loop jij gewoon op straat?’ ‘Het is bedoeld ter promotie van meester Henriks talent. Om de mensen te laten zien wat hij kan. Zo krijgt hij faam en hopelijk meer werk. Eindelijk een vrouw die hem gelukkig gaat maken.’ Ties fronste zijn wenkbrauwen. ‘Welke vrouw?’ ‘Maria. Dit beeld,’ verduidelijkte Arnold. ‘Meester Henrik heeft niet veel geluk gehad. Hij heeft voor Kleef een prachtig Maria-altaar gemaakt, maar daarna ging het mis. Kleef mag hij niet meer in. Hij is verbannen, met een zware boete voor contractbreuk. Vanwege gedoe met zijn vrouw en met een schoonzus, die hij te leuk vond. Dus nu woont hij in Kalkar. En hier gaat hij het maken, let maar op! Meester Henrik wordt beroemd met het altaarstuk van de Zeven Smarten.’ ‘De zeven smarten?’ ‘Zo gaat dat juweeltje heten.’ Arnold streelde even het houten beeld dat hij vasthield. ‘En dat alles dankzij Maria.’