Luister eens...

Het jaar 1511 - Emmerich am Rhein

  • Leestijd 4 minuten
  • 56 x bekeken

Nooit had Ties gedacht dat het hem eens zou lukken, maar deze winter was het zo buitengewoon koud dat hij lopend de bevroren Rijn was overgestoken. Recht op de haven van Emmerich am Rhein af.

Start Het jaar 1511 - Emmerich am Rhein

Van veraf leek het wel een schilderij. De vele torenspitsen van de stad glinsterden alsof ze met zilverdraad waren omtrokken. De schepen in de haven lagen roerloos in het ijs en ook de grote, houten kraan was vastgevroren. Maar daaromheen bleek, dichterbij gekomen, bedrijvigheid genoeg. Tientallen mannen hakten blokken ijs uit de rivier. Op sleden gingen die naar de vele ijskelders, waaronder die van de Hanze waarin de vis werd opgeslagen. Met dit formaat ijsblokken kon men kelders makkelijk een jaar lang koel houden. Andere sleden brachten nog handelswaar aan wal, gehaald uit gestrande schepen. Jong en oud vermaakte zich op de schaats. Langs de stadsmuur stonden kraampjes en vuurkorven. En tussen dit alles in stonden ook een tiental mensen stokstijf. Het waren sneeuwbeelden.

Ties liep op een goed geboetseerde, manshoge sneeuwmonnik af. Een meisje duwde de laatste hobbels in model. ‘Heb jij dit gemaakt?’ vroeg Ties. ‘Knap!’ Naast het sneeuwbeeld deed iemand een stap naar voren. Een jonge, Augustijner monnik. Zonder twijfel had hij model gestaan. ‘Dit is mijn broer, Heinrich Himmel.’zei het meisje. ‘Of zoals hij nu heet, broeder Augustin. Hij woont in Keulen, maar is weer even terug. Ik heb hem in sneeuw gemaakt, dan blijft hij langer bij ons. Tot de dooi valt.’ ‘Familiebezoek?’ vroeg Ties. ‘Helaas, antwoordde de broeder. ‘Werk, altijd werk. Onderhoud met de rector van het Gymnasium. Om leerlingen te werven voor ons klooster in Keulen.’

‘Broeder Augustin, wat wijn?’ Een koopman hield hem een mok voor. ‘Nee, dank je. Geef het aan de speelman. Die ziet er behoorlijk verkleumd uit.’ Ties pakte de mok aan. Er rammelde een blok in. ‘Een steen?’ Het meisje lachte. ‘Nee, bevroren wijn. Zet het bij een vuurkorf. Het is dan snel genoeg te drinken, en lekker warm ook nog.’ De koopman knipoogde. ‘De handel gaat gewoon door. Bevroren of niet.’