Luister eens...

Het jaar 1506 - Bislich

  • Leestijd 4 minuten
  • 37 x bekeken

Het water in de Rijn stond hoog deze voorjaarsochtend. Het spiegelend oppervlak leek wel twee keer zo breed als normaal.

Start Het jaar 1506 - Bislich

‘Goeiedag!’ Verrast door de onverwachte stem keek Ties rond. Onderaan de dijk zag hij een rood-wit geklede koerier, die zijn paard liet drinken uit de overstroomde uiterwaarden. De man lachte naar hem. ‘Morgen!’ groette Ties terug. Hij daalde af voor een praatje. ‘Jij bent al vroeg op pad gegaan, dat je je paard al bij zonsopgang moet laten drinken.’ ‘Ja, ik moet wel. Ik heb twaalf brieven die vanavond nog in Kampen moeten zijn.’ ‘De Hanzestad Kampen, bij de Zuiderzee? Dat neemt wel zes dagreizen! Moet je daar nog helemaal heen?’ schrok Ties.

De man schudde zijn hoofd. ‘Ik niet, de brieven. Ik breng ze naar Rees. Daar neemt een andere koerier het over, om ze in Arnhem af te geven aan de volgende, die ook weer tweeëntwintig mijlen aflegt, en zo door tot aan het Hanzekantoor in Kampen. Koopmannen halen daar de verzegelde brieven op, die ik vanochtend van hun handelspartners in Dinslaken heb gekregen. Een mooi systeem, vind je niet?’ Ties knikte bewonderend. ‘Ah, je bent een koerier van de Hanze. Vandaar je kleding.’ ‘En de laatste bode overnacht op de eindbestemming, zodat hij de volgende ochtend al de antwoordbrieven kan meenemen.’

‘Wat handig! En de mensen vertrouwen al die koeriers?’ ‘Ja natuurlijk! Als er iets met die brieven gebeurt zal ik nooit meer fatsoenlijk werk krijgen. En leuker werk dan dit is er niet. Het enige gevaar schuilt nu in paardendieven. Maar vroeger was ik bode in dienst van de adel, en dan ben je een voetveeg. Ik ben wel eens geslagen, omdat de inhoud van een brief de ontvanger niet aanstond. Alsof ik die geschreven had. En ik kén zelfs het verhaal van een Vlaamse ridder, die zo kwaad werd na het lezen van een bericht, dat hij de bode, die de brief gebracht had, dwong die op te eten. Met zegel en al. Bij de Hanze heb ik gelukkig niets meer met de adel te maken!’